Ontwikkel een evenwichtig autonoom zenuwstelsel.

Volgens de evolutiebiologie ontplooit het leven zich doordat telkens opnieuw bouwsteentjes als een groter geheel gaan samenwerken. Het grotere geheel kan méér dan de som van deze bouwsteentjes. Het is deze meerwaarde die we levensenergie zouden kunnen noemen.

Zo worden moleculen opgenomen in eiwitten, de eiwitten op hun beurt vormen DNA en cellen. Cellen worden dan weer samengevoegd tot weefsels en organen, en die organen samen worden een volledige mens. Uiteindelijk gaan ook mensen onderling sociale groepen vormen.

Het verenigen van bouwsteentjes tot een beter functionerend geheel volgt telkens opnieuw eenzelfde patroon. De cyclus begint met een conflict tussen de bouwsteentjes, omdat deze hun autonomie niet graag opgeven. Na een tijdje ontstaat er toch een samenwerking, eventueel via conflictbemiddeling.rijst

Een hoop losse rijstkorrels kan je moeilijk verplaatsen. Als men die rijstkorrels echter samen in een zak stopt, dan kan men die rijst als een geheel gemakkelijk verplaatsen en stapelen.

Via dergelijke samenwerkingscycli kan het functioneren van het lichaam worden verbeterd én kan de samenhang tussen een persoon en zijn/haar omgeving worden versterkt.

Zowel voor de interne samenhang van de verschillende systemen van het lichaam als voor de samenwerking van de mens met de omgeving is een optimaal werkend autonoom zenuwstelsel nodig en een optimaal werkend immuunsysteem.

Een evenwichtig autonoom zenuwstelsel is een uiting van veerkracht. Omgekeerd heeft een veerkrachtig persoon een evenwichtig autonoom zenuwstelsel.

Het autonome zenuwstelsel zorgt voor onze levensenergie en voor de goede werking van de organen in ons lichaam. Op dit deel van het zenuwstelsel heeft onze wilskracht geen enkele invloed. Je kan er met louter “wilskracht” niet voor zorgen dat je nieren of je longen werken. Er is wel een nauwe samenwerking tussen het autonome zenuwstelsel, het immuunsysteem en de regeling van onze hormonen .

Het autonoom zenuwstelsel is samengesteld uit een sympatisch zenuwstelsel en een parasympatisch zenuwstelsel.

Het sympatisch zenuwstelsel zorgt voor de energie die we nodig hebben om in noodsituaties ofwel te vechten ofwel te vluchten. De kernen van dit zenuwstelsel zitten gebundeld in zenuwcentra die als een ladderwerk voor de wervels van de hele rug zitten, helemaal tot aan de top van het staartbeentje. Wanneer mensen onder stress komen te staan dan maakt het lichaam ook de hormonen adrenaline en cortisone aan waardoor de vecht/vlucht respons actief wordt.

Deze stressreactie geeft het lichaam veel energie om te functioneren, maar wanneer het lichaam te lang blijft vechten of vluchten, dan kan het uitgeput geraken. Wanneer de stress situatie voorbij is, kan het uitgeput lichaam niet veel meer bijdragen aan het energiepeil van het grotere geheel dat wordt gevormd door een samenwerkingscyclus.

Het onderdeel van het autonome zenuwstelsel dat dient om uitputting voorkomen noemen we het parasympatisch zenuwstelsel. Dit parasympatisch zenuwstelsel kan op 2 manieren het energieverbruik van het sympatisch zenuwstelsel stoppen of afremmen.

De eerste reactie maakt gebruik van zenuwbanen die ook door amfibieën, zoals kikkers en salamanders worden gebruikt. Dit systeem doet de ademsnelheid en de hartslag dalen en kan zelfs zorgen voor een hartstilstand. Wij kennen deze reactie als “bevriezen van de schrik”. Voor amfibieën en reptielen is het vertragen van de hartslag een goede manier om uitputting te voorkomen. Voor zoogdieren kan dit echter gevaarlijk zijn, omdat de hersenen van warmbloedige dieren een constante aanvoer van zuurstof nodig hebben.

Zoogdieren hebben daarom in de loop van de evolutie een nieuw onderdeel van het parasympatisch zenuwstelsel ontwikkeld om op een fijne manier het energierovende sympatisch zenuwstelsel af te zwakken of om te buigen. Dit systeem bestaat uit een soort zenuwvezels die groeien en getraind worden door interacties met de buitenwereld. Een dergelijke training noemen we in de volksmond “spelen”. Door deze training, dus door voldoende te spelen, worden de emoties die uitgelokt worden door het sympatisch zenuwstelsel (piekeren, boosheid, angst en verdriet) en het primitief parasympatisch systeem (bevriezen van de angst) omgebogen en getransformeerd. Dit gebeurt dankzij het “sociale zenuwstelsel”.

Dit sociale zenuwstelsel zorgt voor communicatie en samenwerking tussen een individu en zijn omgeving. Het is dus het perfecte mechanisme om conflicten om te buigen naar samenwerking binnen een groep. Het is dit zenuwstelsel dat samen met de veerkrachtige werking van het bindweefsel zorgt voor het “ontladen” van een teveel aan spanning veroorzaakt door het sympatisch zenuwstelsel en het “opladen” van een energietekort, via de spijsvertering , de slaap en de veerkrachtige werking van het bindweefsel. Het bindweefsel kan namelijk, wanneer het voldoende elastisch is, die elastische bewegingsenergie zowel opstapelen als loslaten om op die manier moeiteloze verende bewegingen toe te laten. In het bindweefsel zitten namelijk zenuwuiteinden die tijdens het bewegen het parasympatisch zenuwstelsel opladen. Iemand met een goed ontwikkeld sociaal zenuwstelsel beschikt over een warme, aangenaam klinkende stem.

Je kan deze 3 aspecten van het autonome zenuwstelsel, het sympatische deel, de primitieve parasympaticus en de sociale parasympaticus voorstellen door een verkeerslicht:

 

roodlicht

Rood licht: bevriezen van de schrik, verkrampen van de onderbuik, levenloze stem

Oranje licht: vechten of vluchten, spanning rond nek en rug, hoge genepen stem

Groen licht: sociale veiligheid en verbondenheid, geluidslandschap, levendige stem

Spelen is in de aanwezigheid van groen licht, het oranje en rood licht uitdagen. Dus vanuit een veilige en vertrouwde omgeving leren omgaan met stress zoals vechten, vluchten en angst

 

In onze westerse samenleving hebben wij echter meer last van chronische stress dan van acute stress, maar de gevolgen zijn gelijkaardig.

Door veel te zitten, te staren naar boeken en beeldschermen en te zwijgen, ontwikkelen mensen chronische stress. Een dergelijke fysieke inactiviteit geeft druk op de zenuwkernen van het sympatisch zenuwstelsel, waardoor ongemerkt een zekere gejaagdheid ontstaat. De afwezigheid van speels uitgevoerde bewegingen doet daarbovenop ook nog het bindweefsel verstijven en het ondermijnt de werking van het sociale zenuwstelsel. De expressiviteit van mensen gaat verarmen met eenzaamheid en chronische ziekten als resultaat.

De ontwikkeling van veerkracht zorgt ervoor dat de samenwerkingscyli spelenderwijs worden hersteld. Dit kan enkel door het lichaam zo te trainen dat de activiteit van het sympatisch zenuwstelsel afgeremd wordt door te kiezen voor het sociale zenuwstelsel in plaats van het primitieve parasympatisch zenuwstelsel. Werken aan veerkrachtig bindweefsel in de ledematen, de romp en het hoofd maar ook lichamelijke zelfexpressie en stemontwikkeling zijn hierbij erg belangrijk.

Copyright Dr. Herlinde Wynants